pijptabak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (gesausde) grof of halfgrof gesneden kerftabak die voor het roken in de pijp geschikt is
zelfstandig naamwoord — masculine
- grof of halfgrof gesneden kerftabak die voor het roken in de pijp geschikt is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pijptabakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van pijp en tabak
Woordfamilie van pijptabak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pijptabakken | meervoud | pijptabak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pijptabak zijn vastgelegd.