pietje
zelfstandig naamwoord ˈpicəBetekenis
- (meestal in het meervoud gebruikt, soms ook voor vergelijkbare parasieten)
- zilveren munt ter waarde van 6,25 stuiver (een achtste rijksdaalder)
Hoe spreek je pietje uit?
/ˈpicə/
Pietje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| c | tientje |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- alleen verkleinwoord zilveren munt ter waarde van 6,25 stuiver (een achtste rijksdaalder)
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord piet
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord piet
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord piet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pietjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
[2] naar de bijnaam "Pietje Bedroefd" voor de op de munt afgebeelde gewapende man die een grote zakdoek leek vast te houden, in de betekenis van ‘munt’ voor het eerst aangetroffen vanaf 1762