perimeter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- omtrek
- meetinstrument waarmee de uitgestrektheid van het gezichtsveld wordt gemeten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| perimeters | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘instrument om het gezichtsveld te meten’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van perimeter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| perimeters | meervoud | perimeter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van perimeter zijn vastgelegd.