pek
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- bitumineuze vaste stof
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pekken
- gebiedende wijs van pekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pekken
Vervoeging van pek
pekhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘teerproduct’ voor het eerst aangetroffen in 1240