pc
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /peˈse/Betekenis
- het symbool voor parsec, een afstandsmaat
- computer voor persoonlijk gebruik
- in overeenstemming met de in het maatschappelijk debat overheersende opvattingen over passend gedrag en uitingen
- stuk(stuks|s)
Hoe spreek je pc uit?
/peˈse/
Pc bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| e | veel |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pc's | enkelvoud |
| pc'tje | verkleinwoord, eerste persoon |
| pc'tjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘personal computer’ voor het eerst aangetroffen in 1986
Woordfamilie van pc
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pc's | enkelvoud | pc |
| pc'tje | verkleinwoord, 1e persoon | pc |
| pc'tjes | verkleinwoord | pc |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pc zijn vastgelegd.