password
zelfstandig naamwoord ˈpɑːswʏːrtBetekenis
- geheime persoonlijke code die een gebruiker toegang verschaft tot een informatiesysteem
Hoe spreek je password uit?
/ˈpɑswʏrt/
Password bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| w | quiz |
| ʏ | put |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| passwords | meervoud |
Herkomst
samenstelling van pass en word
Woordfamilie van password
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| passwords | meervoud | password |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van password zijn vastgelegd.