passing
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een methode om twee voorwerpen in elkaar te laten passen
- het geven van een pass
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| passingen | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van passen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van passing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| passingen | meervoud | passing |
| passings | meervoud | passing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van passing zijn vastgelegd.