passelijk
bijvoeglijk naamwoord /ˈpɑsələk/Betekenis
- redelijk, tamelijk
Hoe spreek je passelijk uit?
/ˈpɑsələk/
Passelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| passelijke | verbogen, stellende trap |
| passelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| passelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| passelijkers | partitief, vergrotende trap |
| passelijks | partitief, stellende trap |
| passelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| passelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van pas (stam van het werkwoord passen) met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van passelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| passelijke | verbogen vorm | passelijk |
| passelijker | vergrotende trap | passelijk |
| passelijkere | verbogen vergrotende trap | passelijk |
| passelijkers | partitieve vergrotende trap | passelijk |
| passelijks | partitive, positive | passelijk |
| passelijkst | uninflected, superlative | passelijk |
| passelijkste | inflected, superlative | passelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van passelijk zijn vastgelegd.