parttime
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- voor een gedeelte van de werktijd
bijvoeglijk naamwoord
- deeltijds, een gedeelte van de tijd werkend of bezig zijnd
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parttimes | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van parttimen
- gebiedende wijs van parttimen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van parttimen
- aanvoegende wijs van parttimen
Vervoeging van parttime
parttimehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bijwoord: deeltijd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968
Woordfamilie van parttime
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parttimes | partitive, positive | parttime |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parttime zijn vastgelegd.