paroxisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aanval van een ziekte of aandoening
- hevige vulkaanuitbarsting
- uitbarsting van hevige emotie
- orgasme
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paroxismen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plotselinge verheviging van een ziekte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1799
Woordfamilie van paroxisme
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paroxismen | meervoud | paroxisme |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paroxisme zijn vastgelegd.