pariteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gelijkheid
- de rest van een natuurlijk getal bij deling door twee
- het symmetriegedrag wanneer de coördinaten x,y,z geïnverteerd worden naar -x,-y,-z
- het aantal malen dat een vrouw or vrouwtjesdier nageslacht heeft voortgebracht
- gelijkgerechtigdheid
- de vaste waardeverhouding van een munteenheid ten opzichte van andere valuta
- overeenstemming van de koerswaarde van effecten met hun nominale waarde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pariteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkheid’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Woordfamilie van pariteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pariteiten | meervoud | pariteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pariteit zijn vastgelegd.