overhaast
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met teveel haast, met teveel snelheid
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van overhaasten
- gebiedende wijs van overhaasten
- voltooid deelwoord van overhaasten
Vervoeging van overhaast
overhaasthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van overhaasten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van overhaast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overhaaster | woordvorm | overhaast |
| overhaastere | woordvorm | overhaast |
| overhaasters | woordvorm | overhaast |
| overhaasts | woordvorm | overhaast |
| overhaastst | woordvorm | overhaast |
| overhaastste | woordvorm | overhaast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhaast zijn vastgelegd.