overdekt
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- Voorzien van een dak, niet in de buitenlucht
- voorzien van een natuurlijke bedekking
Woordvorm
- voltooid deelwoord van overdekken
Vervoeging van overdekt
overdekthele werkwoord
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdekken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdekken
- gebiedende wijs meervoud van overdekken
- voltooid deelwoord van overdekken
Vervoeging van overdekt
overdekthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van overdekken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van overdekt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overdekts | woordvorm | overdekt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overdekt zijn vastgelegd.