ouverture
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een meestal instrumentaal muziekstuk dat als opening fungeert van een opera of operette
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ouverturen | meervoud |
| ouvertures | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inleidend orkeststuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1790
Woordfamilie van ouverture
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ouverturen | meervoud | ouverture |
| ouvertures | meervoud | ouverture |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ouverture zijn vastgelegd.