output
zelfstandig naamwoord /ˈɑutput/Betekenis
- uitvoer
- energie of signaal dat ergens uitkomt
- výstup
- vstup
Hoe spreek je output uit?
/ˈɑutput/
Output bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑu | koud |
| t | tak |
| p | pak |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- uitvoer zn [3]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| outputs | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘uitvoer’ voor het eerst aangetroffen in 1970
Woordfamilie van output
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| outputs | meervoud | output |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van output zijn vastgelegd.