outcast
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die uit de normale samenleving is gestoten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| outcasts | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘uitgestotene’ voor het eerst aangetroffen in 1867
Woordfamilie van outcast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| outcasts | meervoud | outcast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van outcast zijn vastgelegd.