organizer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- persoon of voorwerp dat 'nodig' is om je leven georganiseerd te houden
- (electronische) agenda
zelfstandig naamwoord — masculine
- agenda
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| organizers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘elektronische zakagenda’ voor het eerst aangetroffen in 1992
Woordfamilie van organizer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| organizers | meervoud | organizer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van organizer zijn vastgelegd.