oratorisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op het kunnen spreken in het openbaar
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oratorische | verbogen, stellende trap |
| oratorischer | onverbogen, vergrotende trap |
| oratorischere | verbogen, vergrotende trap |
| oratorischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
uit het Latijn met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van oratorisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oratorische | verbogen vorm | oratorisch |
| oratorischer | vergrotende trap | oratorisch |
| oratorischere | verbogen vergrotende trap | oratorisch |
| oratorischers | partitieve vergrotende trap | oratorisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oratorisch zijn vastgelegd.