oranjerie
zelfstandig naamwoord ˌorɑɲəˈriBetekenis
- aanbouw of vrijstaand gebouw met glazen wanden, vaak gebruikt als ruimte waar men bij koud maar zonnig weer aangenaam kan verblijven
Hoe spreek je oranjerie uit?
/ˌorɑnjəˈri/
Oranjerie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| j | ja |
| ə | de |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oranjeries | meervoud |
| oranjerieën | meervoud |
Herkomst
van Frans orangerie, ruimte waar de sinaasappelboom (Frans: oranger) gekweekt kan worden en ook andere planten uit een warmer klimaat kunnen overwinteren
Woordfamilie van oranjerie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oranjeries | meervoud | oranjerie |
| oranjerieën | meervoud | oranjerie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oranjerie zijn vastgelegd.