optimisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de verwachting dat gebeurtenissen gunstig gaan uitvallen
- wijsgerig stelsel dat beweert dat deze wereld zo volmaakt is als zij maar zijn kan
Herkomst
Van het Franse 'optimisme' (met het achtervoegsel -isme). In de betekenis van ‘neiging het beste te zien’ voor het eerst aangetroffen in 1860.