optatief
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- modus die een wens uitdrukt
- een wens uitdrukkend
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| optatieven | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wensende wijs’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van optatief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| optatiefs | woordvorm | optatief |
| optatieve | woordvorm | optatief |
| optatieven | meervoud | optatief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van optatief zijn vastgelegd.