opperst
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- van personen: de hoogste rang hebbende
- van zaken: in de hoogste, grootste of bovenste mate
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opperste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oppersen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oppersen
Vervoeging van opperst
oppersthele werkwoord
Herkomst
afleiding van op
Woordfamilie van opperst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oppersts | woordvorm | opperst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opperst zijn vastgelegd.