oponthoud
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tijd die men ergens verblijft
- onverwachte vertraging in gemaakte plannen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oponthouden | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘het ergens verblijven, vertraging’ voor het eerst aangetroffen in 1838
Woordfamilie van oponthoud
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oponthouden | meervoud | oponthoud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oponthoud zijn vastgelegd.