oogvocht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vocht dat aan de buitenkant van het oog zit
- vocht dat inwendig in het oog zit het kamervocht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oogvochten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oog en vocht
Woordfamilie van oogvocht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oogvochten | meervoud | oogvocht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oogvocht zijn vastgelegd.