oogsttijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tijd waarin men kan oogsten
- de tijd dat men de resultaten van zijn werk kan zien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oogsttijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oogst en tijd
Woordfamilie van oogsttijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oogsttijden | meervoud | oogsttijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oogsttijd zijn vastgelegd.