oogmasker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- klein maskertje dat allen de ogen bedekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oogmaskers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oog en masker
Woordfamilie van oogmasker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oogmaskers | meervoud | oogmasker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oogmasker zijn vastgelegd.