ontvlambaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- makkelijk in de brand kunnen vliegen
- van een persoon dat hij makkelijk opgewonden kan raken
bijvoeglijk naamwoord
- makkelijk in brand kunnen vliegen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ontvlambaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| ontvlambaardere | verbogen, vergrotende trap |
| ontvlambaarders | partitief, vergrotende trap |
| ontvlambaars | partitief, stellende trap |
| ontvlambaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| ontvlambaarste | verbogen, overtreffende trap |
| ontvlambare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van ontvlammen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van ontvlambaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontvlambaarder | vergrotende trap | ontvlambaar |
| ontvlambaardere | verbogen vergrotende trap | ontvlambaar |
| ontvlambaarders | partitieve vergrotende trap | ontvlambaar |
| ontvlambaars | partitive, positive | ontvlambaar |
| ontvlambaarst | uninflected, superlative | ontvlambaar |
| ontvlambaarste | inflected, superlative | ontvlambaar |
| ontvlambare | verbogen vorm | ontvlambaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvlambaar zijn vastgelegd.