ongesteldheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dat gedeelte van de menstruatiecyclus waarin de verdikte wand van de baarmoeder, het endometrium, dat klaargemaakt was om een embryo op te vangen, wordt opgeruimd om voor de volgende ovulatie opnieuw te kunnen worden opgebouwd
- een lichte ziekte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ongesteldheden | meervoud |
Herkomst
afleiding van ongesteld met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van ongesteldheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ongesteldheden | meervoud | ongesteldheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ongesteldheid zijn vastgelegd.