onbeschaamdheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gedrag dat schaamte op zou moeten roepen maar het bij die persoon niet doet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbeschaamdheden | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van onbeschaamd met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van onbeschaamdheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbeschaamdheden | meervoud | onbeschaamdheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbeschaamdheid zijn vastgelegd.