onbehouwen
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon een lomp en ruw en zonder enige beschaving
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbehouwener | onverbogen, vergrotende trap |
| onbehouweners | partitief, vergrotende trap |
| onbehouwens | partitief, stellende trap |
| onbehouwenst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbehouwenste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘ruw’ voor het eerst aangetroffen in 1458
Woordfamilie van onbehouwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbehouwener | vergrotende trap | onbehouwen |
| onbehouweners | partitieve vergrotende trap | onbehouwen |
| onbehouwens | partitive, positive | onbehouwen |
| onbehouwenst | uninflected, superlative | onbehouwen |
| onbehouwenste | inflected, superlative | onbehouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbehouwen zijn vastgelegd.