omspelen
werkwoordBetekenis
- op een handige manier iemand passeren met voetbal of een andere balsport
- een muziekstuk versieren met extra tonen
- vrolijk ergens voortbewegen
Vervoeging van omspelen
omspelenhele werkwoord
Vervoeging van omspelen
omspelenhele werkwoord — omspeeldvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omspeeld | verleden tijd, deelwoord |
| omspeelde | verleden tijd |
Herkomst
samenstelling van om bw en spelen ww
Woordfamilie van omspelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgespeeld | woordvorm | omspelen |
| omgespeelde | woordvorm | omspelen |
| omspeel | with-subordinate-clause | omspelen |
| omspeeld | voltooid deelwoord | omspelen |
| omspeelde | verleden tijd | omspelen |
| omspeelden | with-subordinate-clause | omspelen |
| omspeelt | with-subordinate-clause | omspelen |
| omspele | with-subordinate-clause | omspelen |
| omspelend | woordvorm | omspelen |
| omspelende | woordvorm | omspelen |
| speel om | woordvorm | omspelen |
| speelde om | woordvorm | omspelen |
| speelden om | woordvorm | omspelen |
| speelt om | woordvorm | omspelen |
| spele om | woordvorm | omspelen |
| spelen om | woordvorm | omspelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omspelen zijn vastgelegd.