omnium
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (België) all-riskverzekering voor auto's
- combinatieklassement bij baanwielrennen
zelfstandig naamwoord — masculine
- all-riskverzekering voor auto's
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omniums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘wielerwedstrijd’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van omnium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omniums | meervoud | omnium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omnium zijn vastgelegd.