omnibus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verzameling verhalen, romans in één band
- vroeger voor openbaar vervoer gebruikt rijtuig getrokken door paarden
- stoptrein
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vroeger voor het openbaar vervoer gebruikt rijtuig, getrokken door paarden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omnibussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘openbaar vervoermiddel’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van omnibus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omnibussen | meervoud | omnibus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omnibus zijn vastgelegd.