oefentijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een periode die nodig is om iets te oefenen
- de periode in iemands leven dat je kunt oefenen
- de tijden die je behaalt tijdens het oefenen van iets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oefentijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oefen ww en tijd
Woordfamilie van oefentijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oefentijden | meervoud | oefentijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oefentijd zijn vastgelegd.