numerus fixus
zelfstandig naamwoord ˌnymerʏsˈfɪksʏsBetekenis
- niet meer studenten tot een studie toelaten dan een beperkt aantal
Hoe spreek je numerus fixus uit?
/ˌnymerʏsˈfɪksʏs/
Numerus fixus bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| y | fuut |
| m | maan |
| e | veel |
| r | rood |
| ʏ | put |
| s | sok |
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| numeri fixi | meervoud |
Herkomst
Vaste combinatie die onvertaald is overgenomen uit het Latijn, in de betekenis van ‘gesloten aantal leerlingen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1970
Woordfamilie van numerus fixus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| numeri fixi | meervoud | numerus fixus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van numerus fixus zijn vastgelegd.