nul
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord /nɵl/Betekenis
- 0, één minder dan één
- niks, de afwezigheid van iets
- iemand die nergens goed in of voor is
- het cijfer nul
- toestand waarbij de tegenstander in een wedstrijd nog geen doelpunt heeft kunnen maken
- getal, één minder dan één, in Arabische cijfers 0
- niks; de afwezigheid van iets
Hoe spreek je nul uit?
/nɵl/
Nul bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɵ | put |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 0 |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- cijfer 0
Herkomst
van Middelnederlands nul uit Italiaans nulla, als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1508
Woordfamilie van nul
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nullen | meervoud | nul |
| nulletje | woordvorm | nul |
| nulletjes | meervoud | nul |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nul zijn vastgelegd.