noviteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- nieuwigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noviteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘nieuwigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1568
Woordfamilie van noviteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noviteiten | meervoud | noviteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noviteit zijn vastgelegd.