november
zelfstandig naamwoord noˈvɛmbərBetekenis
- de elfde maand van het jaar
- spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter n
Hoe spreek je november uit?
/noˈvɛmbər/
November bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| o | boot |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- elfde maand van het jaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nov. | |
| novembers | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands november, in de betekenis van ‘elfde maand’ aangetroffen vanaf 1266; ontleend aan Latijn november "negende maand", omdat het Romeinse jaar oorspronkelijk met maart begon, zodat november de negende maand was
Woordfamilie van november
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| novembers | meervoud | november |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van november zijn vastgelegd.