noordwand
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de helling van een berg die naar het noorden is gericht
- een wand of muur aan de noordzijde (die dus uitkijkt op het zuiden)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noordwanden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van noord zn en wand zn
Woordfamilie van noordwand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noordwanden | meervoud | noordwand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noordwand zijn vastgelegd.