nooddruft
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gebrek aan het meest elementaire, armoede
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nooddruften | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘behoefte’ voor het eerst aangetroffen in 1291
Woordfamilie van nooddruft
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nooddruften | meervoud | nooddruft |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nooddruft zijn vastgelegd.