nestor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- oudste van een groep personen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nestoren | meervoud |
| nestors | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘eerbiedwaardige grijsaard’ voor het eerst aangetroffen in 1678
Woordfamilie van nestor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nestoren | meervoud | nestor |
| nestors | meervoud | nestor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nestor zijn vastgelegd.