nervositeit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zenuwachtigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nervositeiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zenuwachtigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van nervositeit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nervositeiten | meervoud | nervositeit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nervositeit zijn vastgelegd.