neomist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die pas tot priester gewijd is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neomisten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘pasgewijde priester’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1838
Woordfamilie van neomist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neomisten | meervoud | neomist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neomist zijn vastgelegd.