motel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hotel voor automobilisten
- gebouw met aan elkaar geschakelde kamers met de deuren aan een parkeerplaats of gemeenschappelijke ruimte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| motels | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘logeergelegenheid voor automobilisten’ voor het eerst aangetroffen in 1954
Woordfamilie van motel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| motels | meervoud | motel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van motel zijn vastgelegd.