monopoly
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gezelschapsspel dat gaat over de handel in onroerend goed
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monopolyen
- gebiedende wijs van monopolyen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monopolyen
Vervoeging van monopoly
monopolyhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gezelschapsspel’ voor het eerst aangetroffen in 1977