modaliteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- manier, wijze (van zijn of kennen)
- wijze waarop een bewering/het gezegde zich tot de werkelijkheid verhoudt (of ze mogelijk, werkelijk of noodzakelijk is)
- wijze/manier waarop iets zich voordoet
zelfstandig naamwoord
- het gebruik van toonladders en die toonladders zelf
- een geloofsrichting binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN)
- een vervoerwijze (auto, trein etc.)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| modaliteiten | meervoud |
Herkomst
afgeleid van modaal met het achtervoegsel -iteit
Woordfamilie van modaliteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| modaliteiten | meervoud | modaliteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van modaliteit zijn vastgelegd.