minoriteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- minderheid
- minderjarigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| minoriteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘minderheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650
Woordfamilie van minoriteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| minoriteiten | meervoud | minoriteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van minoriteit zijn vastgelegd.