mierik
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plant uit de kruisbloemfamilie, met grote witte wortelstok die als kruiderij gebruikt wordt
zelfstandig naamwoord — masculine
- Armoracia rusticana of Cochlearia armoracia, een plant uit de kruisbloemfamilie, met grote witte wortelstok die als kruiderij gebruikt wordt. De plant heeft een witte penwortel die als mierikswortel bekend is. Eerst vormt ze een rozet van puntige getande bladeren met lange stelen, waaraan eind mei helderwitte bloemen verschijnen. De plant heeft een oorspronkelijk verspreidingsgebied van Zuidoost-Europa tot West-Azië en groeide op rivieroevers. De plant heeft zich verder verspreid over Europa, Verenigde Staten, Japan en Nieuw-Zeeland door het gebruik als tuinplant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mieriken | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands miredich / meerradic, in de betekenis van ‘lepelblad’ aangetroffen vanaf 1351; samengesteld uit "meer" ("groter"; uit Middelnederlands mere, Oudnederlands *mēro, Proto-West-Germaans *maiʀō en Middelnederlands radic "radijs" uit Latijn radix zn
Woordfamilie van mierik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mieriken | meervoud | mierik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mierik zijn vastgelegd.