mergel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de naam die in het zuiden van Limburg aan krijtgesteente gegeven wordt
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mergelen
- gebiedende wijs van mergelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mergelen
Vervoeging van mergel
mergelhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘vettige aarde’ voor het eerst aangetroffen in 1258