mensuur
zelfstandig naamwoord ˈmɛnsyrBetekenis
- klinkend gedeelte van een snaar
- maatverhouding van orgelpijpen, blaasinstrumenten of snaren
- een traditionele vorm van schermen uitgevoerd bij plaatselijke studentencorporaties
- manuur, uur arbeid van of voor een werknemer
Hoe spreek je mensuur uit?
/ˈmɛnsyr/
Mensuur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| s | sok |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mensuren | meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mensuren | meervoud |
Woordfamilie van mensuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mensuren | meervoud | mensuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mensuur zijn vastgelegd.